Hoe het allemaal begon

In de zomer van 1995 kregen wij in het vliegtuig dat ons van Tunesië naar Nederland bracht, een promofilmpje te zien van een relatief nieuwe zonbestemming van de touroperator, namelijk Gambia. Vrolijke plaatjes en vlotte teksten moesten ons overhalen om deze goedlachse en bijzonder vriendelijke mensen eens een bezoekje te brengen, want een bijnaam als “The Smiling Coast” (= de Glimlachende Kust) krijg je natuurlijk niet zomaar!

Aangezien wij allebei van de zon houden, leek het ons een leuke bestemming voor de kerstvakantie, hoewel wij geen van beiden ooit van deze Afrikaanse natie hadden gehoord. Het zou een vakantie worden om nooit te vergeten en bovendien zou hij ons leven en denken ingrijpend en permanent gaan veranderen…!  Het intense contact met de lokale bevolking en het wederzijds respect hebben in de loop der jaren gezorgd voor een betrekkelijk groot Gambiaans netwerk waarover wij kunnen beschikken om zaken in ons tweede thuisland geregeld te krijgen. Van lieverlee zijn wij van gewone, blanke vakantiegangers geruisloos veranderd in ontwikkelingswerkers, enkel en alleen omdat wij van mening zijn dat wij hier veel te veel hebben en zij daar veel te weinig.

Structurele hulp

Wij zijn zó geleidelijk aan die Gambiaanse wereld binnengerold, dat wij niet eens in de gaten hadden dat andere mensen in Nederland – en mogelijk ook daarbuiten – nieuwsgierig zijn naar hoe wij het een en ander hebben weten te bereiken om de ‘inboorlingen’ te helpen. Wij geloven per definitie niet in van dag-tot-daghulp; dat wil zeggen dat wij nooit de bedoeling hebben gehad om Gambianen wat geld te geven zodat ze die dag gemakkelijk konden doorkomen, om dan de volgende dag weer vrolijk met het handje open te staan! Wij proberen daarentegen zo veel mogelijk structurele hulp te bieden, zoals het laten volgen van onderwijs of cursussen en hen te voorzien van machines en materialen waarmee ze zichzelf kunnen ontwikkelen en zodoende later zélf de kost kunnen verdienen! Ons motto is dus eigenlijk ‘geef ze niet de vis, maar de hengel’.

 

Schoolgeld betalen voor ons 'kleinkind', Sanusey


Schoolgeld betalen voor ons ‘kleinkind’, Sanusey

Wij nemen bijvoorbeeld de moeite om persoonlijk naar de scholen te gaan om ‘onze kinderen’ in het kamertje van de directie voor het komende schooljaar als leerling te laten registreren en eveneens bezoeken wij zelf de diverse ‘bouwmarkten’ om materialen te kopen voor de families die wij helpen bij huizenbouw. Door er zelf bij te zijn, voorkomen wij dat ons sponsorgeld voor andere doeleinden zou kunnen worden gebruikt!

Het nadeel van dit soort hulp is dat je pas na een aantal jaren de resultaten van je inspanningen ziet, maar áls het dan daadwerkelijk zo ver is, geeft het ontzettend veel voldoening. Zo hebben wij een Gambiaanse jongen, Alfusainey, twaalf jaar lang gesponsord door zijn middelbare school volledig te betalen, door hem computercursussen te laten volgen en hem tenslotte nog een hbo-opleiding elektrotechniek te laten doorlopen. Twaalf jaar is een lange tijd en het jongetje van toen is nu volwassen, getrouwd en met een vaste, goede baan! Hij werkt op dit moment bij een Nederlands-Gambiaans bedrijf in zonnepanelen en de Nederlandse directeur is niet alleen uiterst tevreden over zijn werkmentaliteit, maar ook over het feit dat hij nu eens geen hoogopgeleide werknemers helemaal uit Senegal hoeft aan te trekken, maar gewoon een lokale jongen. Een hbo-opleiding is namelijk in Gambia nog steeds een zeer exclusief iets, dat slechts is weggelegd voor de happy few!

Gambia in het kort

**[De uitspraak van namen en termen wordt tussen vierkante haakjes [ ] gegeven volgens de Nederlandse spelling, waarbij de klemtoon ligt op het onderstreepte gedeelte.]

Officieel heet dit land ‘The Gambia’, genoemd naar de rivier die er vanuit Guinee-Bissau en Senegal dwars doorheen stroomt en aan de monding tussen de hoofdstad Banjul [bandjoel] en de stad Barra [barra] zo’n drie kilometer breed is. Vroeger hebben de Engelsen dit grondgebied veroverd op de Fransen en in 1884 zijn de koloniale grenzen bepaald. Gambia ligt helemaal ingesloten in Senegal en je kunt het staatje dus niet via het land verlaten zonder door Senegal te komen. Alleen in het westen grenst het aan de Atlantische Oceaan en vanwege de aanwezigheid van mooie zandstranden is dat dan ook de plek waar de toeristencentra gevestigd zijn. Op 18 februari 1965 werd Gambia onafhankelijk en er is destijds sprake geweest van een mogelijke samenwerking tussen Gambia en Senegal, wat dan de staat ‘Senegambia’ had moeten worden. Echter, aangezien Senegal van mening was dat Gambia zich niet snel genoeg ontwikkelde, is het samengaan opgezegd en zijn de twee officiële talen van beide landen gescheiden gebleven: Frans in Senegal en Engels in Gambia.

Qua oppervlakte is Gambia ongeveer een kwart van Nederland; het beslaat zo’n 11.000 vierkante kilometer, met een lengte van circa 300 kilometer en een gemiddelde breedte van 30 kilometer. Met meer dan 135 inwoners per vierkante kilometer hoort het tot de meest dichtbevolkte landen van Afrika. Het hoogste punt ligt op slechts 53 meter boven zeeniveau en dus leent het land zich niet bijzonder voor avontuurlijke bergbeklimmers. Wél is Gambia een waar paradijs voor vogelliefhebbers, die hun hartje kunnen ophalen aan de vele soorten gevleugelde fladderaars die het land rijk is. Behalve dat Gambia een beetje verdient aan de export van pinda’s, heeft het geen noemenswaardige industrie en u zult dan ook geen artikelen tegenkomen met het productstickertje ‘Made in The Gambia’. De voornaamste bron van inkomsten in dit land is de toeristenindustrie en om het aantrekkelijk te maken voor de vakantiegangers is het motto voor een zorgeloze vakantie daar: ‘The Gambia, no problem’.

De hoogste bazen

Gambia is een democratie met alle grondwettelijke rechten van de mens en heeft een gekozen president. Inmiddels wordt het land geregeerd door haar derde President, Adama Barrow. De eerste President, Sir Dawda Jawara, werd op 22 juli 1994 door een staatsgreep afgezet door een jonge luitenant uit het leger, genaamd Yahya Jammeh [jaaja djammee], waaraan Arch 22 In Banjul nog steeds herinnert. Jammeh onwikkelde zich echter meer en meer tot een tirannieke machtswellusteling, die zelfs moorden en martelingen niet schuwde. Barrow staat vanaf 19 januari 2017 voor de uitermate moeilijke taak om het volledig leeggeroofde, geïsoleerde en armlastige Gambia voor zijn 1,9 miljoen onderdanen weer leefbaar te maken. Hierbij zijn voeding, scholing en verbetering van de infrastructuur de sleutelwoorden tot herstel van het zwaar gehavende en verscheurde land.

Toobabs

Net zoals je in Zuid-Amerika als blanke ‘gringo’ wordt genoemd, hebben ook de Gambianen hun eigen woord voor ons bleekgezichten, namelijk ‘Toobab’ [toebap]. De verklaring van het woord Toobab is dat de Gambianen die voor de blanken werkten in de tijd van de Engelse overheersing werden beloond met twee shilling als salaris. De gangbare benaming van een shilling in het Engels is ‘bob’ (zoals wij 5 cent een stuiver noemen) en derhalve ontvingen de Gambianen na gedane arbeid van hun blanke overheersers ‘two bob’, wat vervolgens werd verbasterd tot ‘toobab’.

The Smiling Coast

Iedereen die weleens in Gambia op vakantie is geweest zal het kunnen beamen: het zijn hartstikke vriendelijk mensen, die – ondanks hun schrijnende armoe – toch voornamelijk goedgemutst en glimlachend door het leven gaan. Vandaar dat deze Atlantische kust ook wel de glimlachende kust, oftewel ‘the Smiling Coast’ wordt genoemd. De mate van criminaliteit is te verwaarlozen, hoewel je natuurlijk altijd weleens iets hoort over een of ander incidentje. Dat betreft dan voornamelijk diefstal en is in veel gevallen ook grotendeels de schuld van de toeristen zelf, die in een arm land als Gambia de kat duidelijk op het spek binden door overdadig te pronken met dure spullen of simpelweg door grove onachtzaamheid. Berovingen met bedreiging van wapens of grof geweld met als gevolg ‘tandjes tuffen’ of iets dergelijks komen niet of zééér sporadisch voor. Als u het voor wat betreft de show van zichtbare rijkdom niet al te bont maakt, bent u in Gambia doorgaans veiliger dan in welke grote stad in Nederland dan ook!! Let u wel extra op voor zakkenrollers op de markt in Serrekunda [serrukoenda] en vermijd de jongens die u bij de uitgang van de luchthaven staan op te wachten.

Compounds

Gambianen wonen met grote, kinderrijke gezinnen bij elkaar in zogenaamde ‘compounds’ [kompaunts], wat Engels is voor ‘samenstelling’. En dat is ook precies wat het is, want vaak is een bepaalde woonplek uitgezocht door een vader of (over)grootvader en heeft de rest van de familie zich rondom de oorspronkelijke woning genesteld door er weer een stukje huis voor zichzelf bij te bouwen. Elk gezin heeft dus een zeker gedeelte van de compound voor zichzelf, maar de binnenplaats, keuken en toilet zijn voor gemeenschappelijk gebruik.

‘Gambia Experience’ en  ‘Gambia Maybe Time’

Typisch Afrikaanse gebeurtenissen die voor Europese toeristen bijna ondenkbaar zijn, zoals het uitvallen van de elektriciteit of de toevoer van het leidingwater, worden door de Gambianen afgedaan als de ‘Gambia Experience’, die je als vakantieganger daar moet hebben meegemaakt! De tijdrekening van Gambia is gebaseerd op de ‘Greenwich Mean Time’, afgekort GMT, welke afkorting  vaak wordt uitgelegd als ‘Gambia Maybe Time’ (= Gambiaanse Misschien Tijd), wanneer een chauffeur of gids weer eens te laat is voor een afspraak of de ober de bestelling is vergeten en uw eten of uw drankjes pas na lange tijd op tafel verschijnen!

Bumsters  en  hustlers

‘Bumsters’ en ‘hustlers’ zijn twee types jonge, mannelijke Gambianen die erop uit zijn om zoveel mogelijk te profiteren van de – in hun ogen – onmetelijk rijke toeristen. Er is echter een zeer groot verschil: bumsters proberen zich geleidelijk aan en op een bijzonder vriendelijke manier binnen te wurmen bij de vakantiegangers, terwijl de hustlers agressieve manieren hanteren en vooral uitgaan van bluf en intimidatie. Vermijd deze laatste groep als u uw vakantie in Gambia doorbrengt, want zij zijn het regelrechte tegenovergestelde van wat de ware aard van Gambianen is.

Openbaar vervoer

Er is lange tijd maar één verkeerslicht in Gambia geweest! Even uitleggen, dus!


Er is lange tijd maar één verkeerslicht in Gambia geweest! Even uitleggen, dus!

Gambia kent geen spoorwegsysteem en ook bij de zeer schaars voorkomende busdiensten is van een systeem nauwelijks sprake. Toeristen laten zich derhalve massaal verplaatsen door taxi’s die daarvoor speciaal in het leven zijn geroepen. De ‘toeristentaxi’s’ rekenen een vast tarief voor het vervoer van A naar B, ongeacht het aantal personen, maar spreek wel altijd van tevoren duidelijk een prijs af! De tarieven voor deze toeristentaxi zijn voor de gemiddelde Gambiaanse beurs niet te trekken, dus maken die gebruik van het andere soort, de ‘bush taxi’. Deze rijdt een vaste route langs de doorgaande wegen en stopt op aanvraag (= hand opsteken). U betaalt hier per persoon en deze taxi kost slechts een fractie van wat de toeristentaxi rekent. Lekker royaal en luxueus zitten kunt u echter wel vergeten; de auto wordt zo vol gepropt als maar enigszins mogelijk is. Wanneer u ergens wilt uitstappen, hoeft u het maar tegen de chauffeur te zeggen en de taxi stopt. Een ritje in de vroege ochtenduren – omdat het dan nog niet zo warm is – moet u een keer hebben meegemaakt voor uw broodnodige ‘Gambia Experience’.

Gambiaboeken

Vindt u het naar aanleiding van bovenstaande wel leuk en interessant om eens meer te lezen over Gambia en zijn bewoners, klik dan op de knop “Gambiaboeken” om een van de boeken te bestellen die zijn geschreven door Henk op basis van zijn jarenlange, directe en intensieve ervaringen met de lokale bevolking. Aangezien de boeken veel praktische tips voor toeristen bevatten, zijn zij een echte must voor mensen die van plan zijn om hun vakantie voor het eerst in Gambia door te brengen …

Comments are closed.