‘OPA’

Deze oude man vult het langste hoofdstuk van mijn Gambiaboeken (hoofdstuk 5.1) omdat hij in alle aspecten behoorde tot een – ook in Gambia – uitstervend ras. Inmiddels is Opa ook niet meer onder ons, want op 10 juli 2016 is hij na een kort ziekbed overleden. Allerlei moderniteiten zeiden hem bijvoorbeeld niets en hij weigerde pertinent te geloven dat je via een computer contact kunt onderhouden! Aangezien hij niet kon lezen of schrijven was het moeilijk hem het tegendeel te bewijzen. Dat je elkaar over grote afstand mobiel kunt bellen is iets wat hij wél accepteerde omdat hij dat aan den lijve kon ondervinden.

Opa’s geschiedenis

Vanwege zijn hoge leeftijd noemden wij onze bejaarde Gambiaanse vriend ‘Opa’ en gaandeweg is hij die term als een soort eretitel gaan beschouwen. Wij hebben hem leren kennen door het omwaaien van een parasol op het strand in december 1995, waarbij wij hem hebben geholpen die weer recht te zetten. Zijn echte naam is Essa Jarra [essa djerra], maar zijn echte leeftijd is onbekend; wij schatten hem tussen de 70 en 75 toen hij stierf. Hij had een zwakzinnige vrouw, Marie, waarmee hij eigenlijk was getrouwd uit medelijden, doordat zij werd verstoten en uitgelachen door haar familie en omgeving. Hij heeft in totaal zes kinderen gekregen, die hij allen beschouwde als een geschenk van Allah en waarvan de eerste is geboren in 1996 en de laatste in 2010.
Hij woonde aanvankelijk op het betonnen podium van de Beach Bar van Badala Park Hotel op het strand met slechts een dak van roestige golfplaten en muren gemaakt van palmbladeren uit de hoteltuin. Later mocht hij met zijn vrouw en kinderen verblijven in een hotelkamer van het in aanbouw zijnde Palm Beach Hotel.

Toen zijn familie een ander tijdelijk onderkomen had gevonden omdat de hotelkamers gereed waren en dus werden ingenomen door de toeristen, moest Opa – die 24/7 in dienst was van het hotel – de nacht doorbrengen op zijn gebedsmatje op de betonnen vloer van het generatorhuis, naast de oorverdovende en stinkende dieselgenerator van het hotel. Officieel was Opa nachtwaker, maar in de praktijk was hij gewoon manusje-van-alles.
Opa is geen Gambiaan van geboorte, maar komt oorspronkelijk uit Mali, waar hij geiten hoedde en hij hoort tot de Bambara-stam [bambarra]. Hij is in de jaren zestig te voet naar Gambia gekomen en moest ook toen al 7 dagen per week, 24 uur per dag werken voor het hotel voor ongeveer 10 euro per maand.

Onze hulp aan Opa

Opa’s ‘woning’ in mei 1998

Omdat hij al aardig op leeftijd was en er in Gambia niets is geregeld voor je oude dag, hebben wij hem gepensioneerd dankzij donaties van gulle gevers in Nederland en eveneens hebben we er door donaties stapsgewijs voor gezorgd dat hij werd voorzien van materialen voor de bouw van een eigen huis in het dorpje Old Yundum [oold joendoem], vlakbij Banjul International Airport.

Het ezelkarretje voor de bouwmaterialen.

 


Huize jarra is geheel gebouwd van cement en niet van de traditionele ‘mudstones’, blokken klei die worden gevormd tot stenen en dan in de zon worden gedroogd. Opa heeft voorts een keuken, een wc, stalen deuren en ramen, zijn eigen waterput en een hoge gemetselde omheining. Door onze hulp heeft Opa als het ware de ‘American Dream’ waar gemaakt en is hij veranderd van een arme oude man die gedoemd was tot zijn laatste snik te werken in een huisvader met een goed pensioenen zijn eigen woning zónder hypotheek.

Opa’s compound in mei 2011.

Opa was altijd uiterst gastvrij, bereid om het kleine beetje wat hij had met iedereen te delen, altijd hulpvaardig en bovendien de zachtaardigheid zelve. Hij werd daarom door iedereen die hem kende op handen gedragen en had totaal geen vijanden. Voor vele van de beach boys [zie onder bij ‘Bubba’] op het strand fungeerde hij als een soort vader, want in tegenstelling tot bij ons worden oude mensen in een land als Gambia gerespecteerd vanwege hun levenservaring en wijsheid; het ‘Veronica-principe’ dat alleen jong zijn geweldig is en er voor zorgt dat je meetelt in de samenleving, gaat in Gambia (gelukkig) niet op…

Comments are closed.